26 januari 2015

PvdA stelt vragen over Utrecht als koploper klachten thuiszorg

In de Volkskrant en diverse andere media verschenen afgelopen vrijdag berichten over het aantal bezwaarschriften van inwoners tegen de korting op het aantal uren huishoudelijke hulp die zij krijgen. Met tot nu toe 600 bezwaarschriften blijkt Utrecht ‘koploper bezwaarschriften’ te zijn. Ook relatief gezien is dit aantal hoger dan in andere gemeenten. De PvdA-fractie vindt dit betreurenswaardig. Met de decentralisaties zouden immers juist meer zorg op maat worden gegeven. Daarom heeft fractievoorzitter Marleen Haage de volgende vragen gesteld aan het college:

  1. Het college heeft steeds hoog opgegeven over de zorgvuldigheid van de Utrechtse aanpak in de herbeoordeling van het aantal uren huishoudelijke hulp. Hoe verklaart het college dan dit hoge aantal bezwaarschriften?
  2. Bij 3.600 cliënten heeft een telefonische herbeoordeling plaatsgevonden en bij 1.230 cliënten is hiervoor een huisbezoek afgelegd. Bij hoeveel cliënten is een korting toegepast, in beide categorieën?
  3. Hoeveel bezwaarschriften zijn afkomstig van cliënten waarmee een telefoongesprek is gevoerd, en hoeveel van cliënten waarmee een keukentafelgesprek is gevoerd (zowel in absolute aantallen als in percentage van het aantal gevoerde gesprekken)?
  4. Hoeveel bezwaarschriften zijn tot nu toe behandeld, en hoeveel daarvan zijn gegrond verklaard?
  5. Heeft het college vooraf een inschatting gemaakt van het aantal te ontvangen bezwaarschriften? Zo ja, hoeveel bezwaarschriften werden verwacht?
  6. Hoeveel extra kosten maakt de gemeente om alle bezwaarschriften te kunnen behandelen?
  7. Er zijn extra juristen ingehuurd om de bezwaren te behandelen. Het college lijkt hiermee voor een juridische benadering te kiezen. Is of wordt ook overwogen om aan inwoners die schriftelijk of telefonisch geïnformeerd zijn over de korting, alsnog een bezoek te brengen en een keukentafelgesprek te voeren?

In de commissiebrief van 2 december jl. (Herbeoordeling Hulp bij Huishouden) wordt het volgende vermeld: “Gedurende de hele looptijd van het project wordt de kwaliteit van de herbeoordelingen gemonitord. Dit gebeurt via steekproeven op de rapportages en een dagelijks overleg aan het begin van de werkdag met de WMO-consulenten waarin verbeterpunten onder de aandacht worden gebracht voor gespreksvoering en verslaglegging. Vanaf het begin van het project wordt ook de indiening van bezwaarschriften gevolgd met het doel leerpunten te halen uit de daarmee verkregen informatie.”

  1. Hoe beoordeelt het college de kwaliteit van de herbeoordelingen in het licht van het tot op heden ontvangen aantal bezwaarschriften?
  2. Welke leerpunten heeft het college tot nu toe gehaald uit de met de indiening van bezwaarschriften verkregen informatie?
  3. Overweegt het college om alsnog huisbezoeken te brengen aan cliënten waarmee tot op heden alleen een telefoongesprek is gevoerd? Zo nee, waarom niet?
  4. Wat is de reactie van het college op de signalen in genoemde mediaberichten dat cliënten die thuis zijn bezocht de herbeoordeling hebben ervaren als een mededeling, en niet als een open gesprek?
  5. In de commissievergadering M&S op 9 december jl. is door wethouder Jongerius expliciet aangegeven dat het college verwachtte dat de uitspraak van de rechtbank Groningen dat huishoudelijke hulp niet mag worden stopgezet zonder zorgvuldig onderzoek (casus Dantumadeel), geen gevolgen voor Utrecht zou hebben. Hoe plaatst het college deze mededeling in de context van het nu ontvangen aantal bezwaarschriften?
  6. Het doel van de decentralisatie van zorgtaken is om inwoners in staat te stellen zolang mogelijk thuis te blijven wonen. Huishoudelijke hulp biedt hiervoor een basis. Hier ruimhartig(er) mee omgaan zou op termijn zorgkosten kunnen voorkomen of beperken. Hoe denkt het college hierover?

Voor meer informatie over de bovenstaande vragen kunt u contact opnemen met Marleen Haage: m.haage@utrecht.nl of 06 18 119 590.