11 oktober 2018

Werk moet lonen

17 oktober 2018 is het de internationale dag van de armoede. In Utrecht worden er in die week allerlei  activiteiten georganiseerd die hier aandacht voor vragen. Een belangrijke remedie tegen armoede is natuurlijk werk. Maar dan moet werk wel lonen en dat blijkt niet altijd het geval te zijn. Helaas komt er onder werkenden steeds meer armoede voor.

Als werk weinig opbrengt

Vorige week verscheen het rapport ‘Als werk weinig opbrengt’ van het Sociaal Cultureel Planbureau. Het rapport presenteert de uitkomsten van een grootschalig onderzoek naar armoede onder werkende Nederlanders. Het SCP concludeert dat het aantal werkende armen in Nederland groeit. Uit de Utrechtse armoedemonitor weten we dat het aandeel werkende minima in Utrecht bovengemiddeld is. In 2014 werkte bijna 1 op de 3 huishoudens met een laag inkomen. Wij vinden het zorgwekkend dat zoveel werkende Utrechters niet rond kunnen komen.

Werk moet lonen

Utrechters moeten er zeker van zijn dat werken loont en dus een remedie is tegen armoede. Het SCP wijst er in haar  rapport op dat gemeenten in hun armoedebeleid relatief weinig specifieke aandacht schenken aan werkende armen. Zowel in het coalitieakkoord als in de programmabegroting 2019 wordt er inderdaad nauwelijks aandacht besteed aan deze groep.

Ook blijken gemeenten niet goed te weten hoe ze deze groep moeten bereiken. Ilse Raaijmakers  stelt vanmiddag, mede namens GroenLinks en de SP de volgende vragen aan de wethouder:

  1. Wat is de huidige omvang van werkende armen in Utrecht en is ook hier sprake van een toename? Zijn er recentere cijfers dan uit 2014 bekend?
  2. In hoeverre zijn werkende armen voor de gemeente in beeld en wat doet de gemeente eraan om deze groep te bereiken?
  3. Welke maatregelen neemt het college om de armoede onder werkende Utrechters tegen te gaan?
  4. Zijn er al resultaten van de genomen maatregelen beschikbaar?
  5. Zijn er regels in het Utrechtse armoedebeleid die werkenden (zowel in loondienst als zelfstandigen) kunnen belemmeren om in aanmerking te komen voor de armoederegelingen ondanks hun inkomen onder 125% van het minimuminkomen? Zo ja, kan het college een overzicht van deze regels geven?
  6. Zzp’ers zijn volgens het SCP de grootste risicogroep. Wat doet de gemeente specifiek om armoede onder zzp’ers en gedwongen zzp’ers tegen te gaan?
  7. Er is volgens het SCP weinig zicht op de effectiviteit van het gemeentelijk armoedebeleid voor werkende armen. Houdt de gemeente Utrecht dit wel systematisch bij? Zo nee, is de gemeente van plan om dit te gaan doen?